be your source
 

Mijn waarde in gewaarzijn

Om gelukkig te zijn wil ik mijn waarde kennen. Want als ik weet wat mijn waarde is, kan ik mij vervullen en krijgt mijn leven zin. Mijn leven ‘vullen’ met mijzelf of beter nog, mijzelf leven en beleven. De vraag is echter, wat ís mijn waarde en wáár zit mijn waarde? Hoe kan ik mijn waarde kennen en bovenal, hoe kan ik mijzelf kennen?

In het maatschappelijk verkeer ontstaat waarde door de mogelijkheid om uit te wisselen. Dit vloeit voort uit verbinding en wederkerigheid. Het draait hierbij om vertrouwen, om wat zeker is en waar. Je kunt zeggen dat waarde vooral relationeel of situationeel wordt bepaald. Het impliceert dualisme, het ene object tegenover het andere. Etymologisch stamt ‘waarde’ van het Latijnse ‘valere’, wat sterk en machtig zijn betekent en gezond, zich te gelden maken, resultaat hebben, eigen zijn en echt, het vermogen je eigen maat te kennen.

Mijn waarde is niet objectief, want ik ben geen object. Wat of wie ben ik dan wel? Met mijn denken ‘denk’ ik mij en bedenk ik mij, in rollen en attributen, in een beeld. Ogenschijnlijk objectief waarneembaar en te kennen in de wereld. Maar wie ik werkelijk ben ontglipt de wereld en mijzelf, althans mijn denkende zelf. Mijn denken is vluchtig en mijn rollen en attributen zijn vergankelijk. Het beeld dat ik van mijzelf heb is ook aan verandering onderhevig. Ik vraag mij af wat de constante factor is die ik ‘mij’ noem.

Wie ik ben moet ik ervaren. Maar hoe kan ik ‘mij’ ervaren? De wereld ervaar ik door mijn zintuigen die naar ‘buiten’ zijn gericht op zogenaamde objecten. Mijn zintuigen geven informatie door aan mijn denken dat daar ‘plaatjes’ van maakt waar ik vervolgens iets van vind. Ik verbind me met de wereld door aandacht, letterlijk door eraan te denken. Door het richten van mijn aandacht word ik mij bewust. Hoe groter mijn aandacht, hoe groter mijn bewustzijn van de wereld. Overigens omgekeerd, in mijn diepe slaap is er geen denken en ook geen wereld.

Als ik mijzelf wil ervaren ben ik geneigd dit door mijn zintuigen te doen, maar dan zie ik alleen mijn buitenkant. Als ik mijn aandacht naar mijzelf richt, ontdek ik dat ik geen object ben dat zintuigelijk is te onderzoeken. Ik kom aanvankelijk uit bij mijn denken. Als ik mijn aandacht naar mijn denken breng, zal mijn denken gaandeweg en op een heel natuurlijke wijze gaan verstillen. Het enige wat ik hoef te doen is mijn gedachten oordeelloos te ervaren zonder me ermee te verbinden, als een ‘stille getuige’. Ik kan weliswaar aan of over mijzelf denken, maar ik bén niet mijn denken. Ik denk altijd óver iets en dus ook óver mijzelf. Wie ik ben is niet des denkens.

In mijn gewaarzijn van mijzelf verstilt uiteindelijk mijn denken. Ik heb dan geen ‘denkende’ categorieën meer en ben dan object, noch subject. Ik bén en ik ben heel, terwijl ik in de volle realiteit van het leven sta. Die heelheid en heiligheid die ik dan in mijzelf gewaar word, vormt de basis van mijn waarde en vervulling. In mijn gewaarzijn ontvouwt zich mijn 'waar zijn', mijn liefdevolle Zelf.